Anouck

 

Het moet niet veel gekker worden, met onze Anouck. Je kunt je natuurlijk ook afvragen hoeveel gekker het nog zou kunnen worden? Iedere keer weer weet ze ons voor verrassingen te stellen. Zo heeft ze al verschillende keren op de tafel gestaan. Nee, niet op de salontafel, maar op de eettafel.

Maar laat ik even terug gaan in de tijd.

Anouck werd in ons huis geboren, als een van negen rottweilerpups. Het was ons vijfde nestje, dus we vonden dat we al aardig wat ervaring hadden als fokkers. We hadden dan ook al heel wat meegemaakt met “onze spruiten”. Het is verbazingwekkend hoeveel er fout kan gaan in zo’n nestje pupjes. Daar sta je als leek nooit bij stil. Nog veel verbazingwekkender is het om dat kleine grut te zien opgroeien van hulpeloze prutskes tot behoorlijk zelfstandige en vooral zeer ondernemende minihondjes. Gelukkig gaat er niet altijd van alles fout. Eerlijk gezegd vaker niet dan wel, gelukkig. Daarom is het ook zo plezierig, dat fokken – hele dagen met dat klein grut in de weer zijn, puppygeur opsnuiven...Hondjes fokken – en dan vooral Rottweilers – is mijn grote passie, dat zal duidelijk zijn.

Maar nu terug naar Anouck. Ze had twee zusjes en zes broertjes. Haar moeder, Donja, was mijn favoriete hond en daarom stond het al van tevoren vast, dat we een teefje uit dit nest voor onszelf zouden houden. Bovendien hadden we tamelijk hooggespannen verwachtingen van dit nestje. De vader was namelijk onze eigen Matish en dat was een beer van een hond met het karakter van een knuffelzacht konijntje.

Drie teefjes om uit te kiezen dus. Een viel al direct af, omdat ze een witte vlek op de borst had. Dat was voor een Rottweiler nu eenmaal een diskwalificerende fout, ook al was de hond er absoluut niet minder door. Bleven dus nog twee teefjes over, die nogal sterk verschilden. De een was nogal klein en fijn gebouwd, terwijl de andere een behoorlijk fors beertje was. Nu is het op een leeftijd van drie, vier weken erg moeilijk om te voorspellen hoe een puppy zal gaan uitgroeien. Het blijft dus altijd een beetje gokken, ook al weet je na vijf jaar wel waar je zo ongeveer op moet letten. Wij kozen voor het grootste teefje van de twee (de puppy met de witte vlek was een nog zwaarder exemplaar) en achteraf bleek dat we goed gegokt hadden. Eigenlijk weet je een jaar later pas of dat het geval is. Niet dat het andere teefje een lelijke hond geworden is – absoluut niet! En haar baasjes zijn zeer tevreden met hun hond.

Maar Anouck is gewoon uitgegroeid tot iets speciaals. Ten eerste is ze zeer fors voor een teef, met een schofthoogte van 62 cm, een brede en diepe borstkas en een brede schedel. Toch heeft ze in alle opzichten het uiterlijk van een teef. Haar ogen zijn amandelvormig en dat geeft haar een oosterse uitstraling. Het allerbelangrijkste is wel haar karakter: een echt knuffeldier – een fletsgat, zeggen ze in Vlaanderen.

Al op jonge leeftijd bleek ze aanleg te hebben voor acrobatiek. Losjes sprong ze over hekjes, klom ze op tuinstoelen, enzovoort. Het zat duidelijk in de familie, want haar broer Duco verkoos regelmatig de tuintafel als uitkijkpost. Ook later, na onze verhuizing, heeft hij ons menigmaal weten te verbazen met zijn ‘turnoefeningen’. Toen wij nog maar pas hier woonden zat er op Duco’s kennel nog geen dak. Hij placht dan op zijn nachthok te klimmen om zich vervolgens aan een overhangende boomtak op te trekken en zich over het kennelhek heen te slingeren. Ook presteerde hij het om zijn hele lijf door een kier van ongeveer twintig centimeter te wurmen. Van tijd tot tijd dreef hij ons tot wanhoop met zijn ontsnappingskunsten.

Van Papatish was deze aanleg (of moet ik zeggen aandrang?) absoluut niet afkomstig. Hij was een heel kalme hond, bij het luie af zelfs. Moeke Donja daarentegen, dat was een heel ander geval. Daarmee hebben we ook het nodige te stellen gehad. Zo wist ze iedere keer weer een nieuwe route te ontdekken om de trap te beklimmen, nadat wij de vorige hadden afgesloten. In de auto klom ze, zo klein als ze was, telkens weer op de hoedenplank, net zolang tot ze te zwaar geworden was en er doorheen zakte en zo pardoes in de kofferruimte plofte.

We kunnen er dus veilig van uitgaan dat één en ander met de moederlijke genen meegekomen is.

Anouck was weliswaar in huis opgegroeid, maar na een periode van geleidelijke gewenning werd ze samen met haar broertje in de kennel gehuisvest. Daar voelde ze zich al snel thuis. Af en toe kreeg ze een nieuwe kennelgenoot in de plaats van Duco. Wij zagen het niet zo zitten dat ze op de leeftijd van negen maanden al gedekt zou worden en dan ook nog door haar eigen broer. De meeste tijd bracht ze dan door samen met een van onze andere teven. Met wie wij haar ook samen zetten, er was nooit een probleem, behalve met eten. Anouck was net zo’n veelvraat als haar moeder, waardoor alles wat eetbaar was constant gevaar liep in haar buik te verdwijnen. Twee keer per dag kregen de honden hun portie voer en Anouck placht dan “hapslikweg” in enkele tellen haar bak leeg te eten, om zich vervolgens op het eten van haar kennelgenote te storten. Ze wrong met haar dikke kop en haar brede lijf haar “zuster” gewoon opzij en herhaalde haar “hapslikweg-routine”.

Om te voorkomen dat zij moddervet en de andere hond graatmager werd, bleef een van ons altijd maar even in de buurt, tot iedereen zijn rechtmatige portie naar binnen had gewerkt.                                    

Vreemd genoeg verdween dit gedrag vanzelf, toen Anouck een keer schijndrachtig was geweest.

Toen Anouck ongeveer veertien maanden oud was, namen we haar mee naar de dierenarts om foto’s van haar heupen te laten maken voor officiële beoordeling. Ondanks alle acrobatische toeren die zij tot op dat moment al had uitgehaald, kreeg zij boven alle verwachting toch de beoordeling A, wat betekent: vrij van Heup Dysplasie. Wij waren in de wolken! Wij wilden namelijk heel graag ook met Anouck een paar keer een nestje fokken en op dit punt was er dus geen enkel beletsel. Ook haar gebit was inmiddels helemaal in orde gekomen, al had één van de kleinste tandjes (P1) erg lang op zich laten wachten.

Wij waren dus van mening dat Anouck een mooie vertegenwoordigster was van haar ras. Het leek ons dan ook een goed idee om eens met haar naar een hondententoonstelling te gaan, want wie weet zou de keurmeester onze mening wel delen? We hadden een beetje pech. De keurmeester moest uit Duitsland komen en kreeg onderweg te maken met het ¨Pechspook," waardoor hij er niet in slaagde om tot in Antwerpen te geraken. Hij had wel een mobiel telefoontoestel bij zich, maar geen nummer om naartoe te bellen, behalve dat van zijn vrouw. Die kon op haar beurt alleen het telefoonnummer van de secretaris van de show vinden, maar die liep rond in Het Bouwcenter waar de show gehouden werd en was dientengevolge thuis niet bereikbaar.

Pas enkele uren na aanvang van de show werd bekend wat er aan de hand was. Meteen werd door de organisatoren naarstig gezocht naar een vervangende keurmeester met bevoegdheid om Rottweilers te keuren. Die werd gevonden en ook al was hij geen specialist, hij nam de taak met liefde op zich. Na uren wachten mocht dus onze Anouck haar opwachting maken in de showring. Hoe Anouck zich gehouden zou hebben, wanneer ze zich eerder had mogen laten zien, is natuurlijk met geen mogelijkheid te zeggen. Nu had ze er in ieder geval absoluut geen zin meer in. Ze stond erbij alsof haar op dit eigenste moment alle hondenrampen van de wereld overkwamen. Echt vreselijk zielig! Het werd dus helemaal niets. We mochten nog blij zijn dat ze tenminste nog een ZG (dat is Zeer Goed) kreeg.

We hebben het later nog eens geprobeerd met Anouck, maar weer vond zij het geen succes. Waarschijnlijk beschikt ze dus over dezelfde zeer matige showgenen als haar moeder.

Anouck werd twee jaar oud en bereikte zo langzamerhand enige mate van volwassenheid. Ik zeg bewust “enige mate”, want ik geloof dat deze hond nooit helemaal volwassen zal worden

Er werden plannen gemaakt om haar te laten dekken bij de eerst volgende loopsheid. De loopsheid begon keurig op het verwachte tijdstip en vanaf dat moment verwierf  Anouck zich een plaatsje in huis, bij haar moeke Donja. Het was echt wel even wennen, zowel voor haar als voor ons. Voortdurend lag ze in de weg, omdat ze nu eenmaal besloten had dat de beste ligplaats pal voor de deur te vinden was. Hoewel Anouck in de kennel volkomen zindelijk was, begreep ze in huis blijkbaar niet wat de bedoeling was. Menige plas moest dan ook midden in de kamer opgedweild worden. Dit duurde voort, totdat ze een keer de euvele moed had te gaan zitten plassen waar ik bij was. Nu kon ik haar verbaal flink op haar donder geven. Dat bleek indruk te maken, want vanaf die dag plaste ze niet meer in huis.

Na enige tijd begon het ook tot Anouck door te dringen, dat haar ligplaatsje voor de deur misschien niet zo heel handig gekozen was. Ze ontdekte ook dat de banken heel comfortabel waren om op te liggen. Bovendien lagen daar kleden overheen gedrapeerd, zodat ze heerlijk haar ‘bed kon opmaken’.

Iedere fokker weet dat de gemiddelde teef klaar is om gedekt te worden zo rond de elfde of de twaalfde dag van de loopsheid. Wij wisten dat ook, maar blijkbaar hadden we verzuimd Anouck hiervan op de hoogte te brengen.

Al op de vijfde dag na het begin van de loopsheid stond ze met haar kont naar Matish te draaien. Die zat gelukkig veilig achter slot in zijn kennel, zodat een dekking tussen vader en dochter vrijwel uitgesloten was. Voor de zekerheid bleef een van ons toch maar in de buurt, iedere keer als Anouck buiten was.

Het was zielig voor Matish. Ze maakte hem helemaal gek met haar verleidingsroutine. Hij zong dan ook het hoogste lied voor haar en rammelde ijverig aan zijn kenneldeur.

Wij hadden al enige tijd van tevoren een lieve kerel voor Anouck uitgezocht en omdat die niet zo ver weg woonde, besloten we geen risico te nemen en Anouck naar hem toe te brengen om te zien wat ervan kwam. Diep in mijn hart wist ik dat het nog veel te vroeg was, maar Anouck’s gedrag deed anders vermoeden.

Het was inderdaad nog veel te vroeg. Ze maakte Zodi wel al helemaal gek, maar tot een werkelijke dekking kon het nog niet komen. Dat bleef zo tot de dertiende dag! Pas toen was het moment daar. Dat wees ook het bloedonderzoek uit, dat we inmiddels toch maar hadden laten uitvoeren.

Na de dekking begonnen de weken van wachten. Anouck genoot volop van het leven binnenshuis en van de extra aandacht die dit met zich meebracht. Bij tijd en stond lekker op schoot liggen bij mama of vrouwtje. Ze vond het heerlijk! Ook ontdekte ze allerlei mogelijkheden om zich te vermaken.

Op een goede morgen kwam ik de kamer binnen, nadat ik de honden in de kennel eten had gegeven. Wie schetst mijn verbazing? Midden op de eettafel stond Anouck en oefende voor levend standbeeld. Ik had in mijn leven al met heel veel honden te maken gehad, maar zoiets had ik nog nooit gezien. Alle stoelen stonden aangeschoven. Ze had er dus geen een als opstapje kunnen gebruiken. Toch stond ze daar, alsof dit de normaalste zaak van de wereld was. Helaas, zo normaal vond ik het niet en dus gebood ik haar om van de tafel af te komen. Het duurde even voordat ze gehoorzaamde. Eerst stond ze mij aan te kijken met die ondoorgrondelijke oosterse ogen van haar, met een blik van: ik doe toch niets verkeerds?

Behalve Rottweilers hadden wij ook een vogeltje dat naar de originele naam Pietje luisterde. Op de rommelmarkt hadden wij pas een “nieuwe” kooi voor hem weten te bemachtigen. Die kooi was een stuk ruimer dan de vorige, zodat wij dachten dat Pietje zich daar heel plezierig in zou voelen. De eerste weken leek hij ook heel tevreden met zijn nieuwe huisvesting. Tot op een dag…

Greet, onze huisgenote, was alleen thuis en bij het betreden van de woonkamer hoorde ze een gesmoord  gepiep. Ze kon niet meteen thuisbrengen waar het vandaan kwam en bleef even staan luisteren. Het gepiep hield aan en bleef even gesmoord klinken. Vreemd genoeg leek het uit de bek van Anouck te komen. Voorzichtig ging Greet dichterbij kijken en ja hoor, daar zat Pietje, in de muil van Anouck. Zodra haar kaken van elkaar gingen verliet Pietje zijn gastvrouw en maakte een vliegtochtje door de kamer. Uiteindelijk slaagde Greet erin het vogeltje te pakken en terug in zijn veilige kooi te stoppen. Blijkbaar was hij erin geslaagd zelf een deurtje open te doen en de vrijheid te kiezen. Anouck was erg voorzichtig geweest, zodat Pietje het geluk had zijn avontuur na te vertellen.

Op een morgen stond Anouck dus weer midden op de tafel haar act van standbeeld te oefenen. Woudy dacht al dat ze dat alleen deed als ik in de buurt was en inderdaad tot dan had ze het alleen drie keer gedaan als Woudy nog op bed lag. Die middag kreeg Woudy echter de kans om in eigen persoon getuige te zijn van deze voorstelling. Ze riep mij erbij en deze keer kon ik het niet laten om eerst een paar foto’s te maken van dit schouwspel. We moesten allebei zo vreselijk lachen – het was zo’n zot gezicht, die grote hond midden op de tafel! Het was moeilijk om haar bestraffend toe te spreken. Dat moet ze aangevoeld hebben, want nog geen uur later gebeurde het nog eens. Ik stond midden in de kamer even naar de televisie te kijken toen ik achter mij iets hoorde. Ik draaide mij om en jawel hoor, daar stond ze weer, midden op de tafel en weer die ondoorgrondelijke en vooral onverstoorbare blik in die oosterse ogen.

Ik heb haar natuurlijk bestraffend toegesproken en het klonk deze keer of ik het echt meende. Misschien zal ze het dus nooit meer doen, onze Anouck, op de tafel staan. Misschien verzint ze over een poosje wel een nieuwe truc. Eerlijk gezegd: ik hoop het!

In 2008 verbleef ik noodgedwongen een aantal weken in het ziekenhuis. Toen Woudy op een avond na haar bezoek aan mij thuiskwam en de donkere huiskamer binnenstapte, zag ze is groots en donkers op de tafel liggen: een deken, dacht ze, hoewel ze zich niet kon herinneren dat ze een deken op tafel had neergelegd. Dichterbij gekomen voelde ze even: het 'voorwerp' voelde warm aan en bewoog heel lichtjes. Bij nadere inspectie bleek het niet om een deken te gaan, maar om Anouck. Blijkbaar had ze haar oude gewoonte weer opgepakt en ontdekt dat zo'n tafel ook best een toffe slappplaats was. Ze lag tenminste zo vast te slapen, dat het even duurde eer Woudy haar wakker had en van de tafel af kon commanderen.

Als je zo'n verhaal hoort word je vanzelf vrolijk, zelfs wanneer je in het ziekenhuis ligt!

Henneke Versteeg