Moord in de achtertuin
een honds verhaal

 Toen inspecteur Snuffels het toneel van de misdaad betrad, bezag hij het tafereel met afgrijzen. Door de hele tuin verspreid lagen de ingewanden van het slachtoffer, in grote plukken woest in het rond gesmeten.

Behoedzaam zette hij zijn poten neer, ervoor zorgend geen belangrijke sporen uit te wissen. Zijn oren waren gespitst om ieder ongewoon geluidje, hoe klein en zacht ook, op te vangen. Hoewel zijn gehoor bijzonder scherp en goed getraind was, ving hij niets op dan een doodse stilte.

Doods, dat was het juiste woord, dacht hij, terwijl hij voorzichtig verder liep en ogen en neus de kost gaf. Zijn zenuwen waren tot het uiterste gespannen.

Dood. Hier heerste niets dan de dood, nadat de genadeloze dader zijn moordlust had gebotvierd. Bij de deur van de woning gekomen wachtte Snuffels even. Hij nam rustig de tijd om de deur en het raam op sporen te onderzoeken. Aha! Hier rook hij een pootafdruk en daar wat opgedroogd speeksel. Hij prentte zich de geuren goed in. Al zou het weken later zijn, hij zou ze herkennen zodra hij de dader tegenkwam. En dan… dan was het zijn beurt! Behoedzaam opende de inspecteur de deur en deed een stap naar binnen.

Hoewel hij als ervaren politiehond toch heel wat gewend was, deinsde hij even terug bij de aanblik die keuken en kamer hem boden. In het midden lag het lege omhulsel van wat eens de romp van het slachtoffer geweest moest zijn en links en rechts lagen de diverse ledematen.

Nog was het niet mogelijk de identiteit van het slachtoffer vast te stellen. Het hoofd… waar was het hoofd? Met tegenzin stapte inspecteur Snuffels de keuken door en de huiskamer binnen. Ook hier gaf hij zijn ogen en neus goed de kost, maar de ravage was zo groot, dat de sporen bijna niet te onderscheiden waren. Wat was hier gebeurd? Wie was hier zo tekeer gegaan?

Toen de inspecteur eindelijk zijn ogen kon losrukken van die vreselijke resten van wat eens een vrolijk en speelgraag wezen was geweest, zag hij het. En in één klap werd alles duidelijk.

In een hoek van het vertrek lag ze vredig te slapen: een Rottweiler-kleuter van ongeveer vijf maanden oud, met tussen haar voorpoten de afgerukte roodharige kop van een trollenpop.

 

 

 

                                                                                                                                                                                                            Henneke Versteeg