Kwispel
een nieuwsbericht

Van onze speciale verslaggever

Zo langzamerhand ben ik al aan heel wat gekke dingen gewend geraakt. Ik bedoel maar, sinds ik terecht ben gekomen in huize Versteeg heb ik al zoveel zien komen en gaan, waarbij de nadruk toch wel ligt op het komen. Werkelijk niets is deze mensen te dol en het schijnt dat er in de Evangelische Gemeente, waar zij bij horen, nog meer van dat soort figuren rondlopen.

Maar wat ze nu toch gepresteerd hebben…
Wekenlang, wat zeg ik, maandenlang heb ik moeten toezien hoe er steeds weer andere spullen het huis werden binnengebracht. Zo was er serviesgoed, kleding, speelgoed – en dat terwijl er helemaal geen kinderen bij ons wonen – kleding, bloempotten, kleding, boeken, kleding, lampenkappen, kleding, vaasjes en prulletjes, kleding en tegels, bergen, bergen tegels.

Wat de diepere zin van deze verzamelwoede was, kon ik met mijn simpele hondenverstand niet doorgronden. Eerst werd er van alles op de zolder gestapeld, tot daar niets meer te stapelen viel. Ik kan alleen maar vermoeden hoe het er daar moet hebben uitgezien, want hoewel ik nieuwsgierig genoeg ben, heb ik er nooit een kijkje kunnen nemen. Mijn hondenpoten zijn namelijk niet geschikt voor het klauteren op zoldertrappen. Wanneer ik echter buiten liep, viel het mij wel op, dat het dak er wat bultig uitzag.

Toen de zolder eenmaal vol was, begon men aan de onderliggende verdiepingen. Kasten werden volgestopt, weer leeggehaald en opnieuw ingepakt zodat er nog meer in paste. Alle hoeken werden volgepakt. Het werd zelfs zo erg, dat ik vreesde dat wij, mijn mensen en ik, er zelf niet meer bij zouden kunnen.

Zover is het gelukkig niet gekomen.

Vrijdag de dertiende. Ik ben niet bijgelovig, maar toch…Die vrijdag ging er iets vreselijks gebeuren. Ik voelde het!

En jawel hoor. Vroeg in de avond begon de ellende. Een complete verhuizing werd er op touw gezet. Als er iets is waar ik absoluut niet tegen kan, dan is dat een verhuizing. Van pure narigheid kroop ik dus maar onder de tafel –  het enige beschutte plekje waar ik mij nog een beetje veilig voelde – in de hoop dat ze die zouden laten staan.

Ondertussen liep iedereen heen en weer te sjouwen met zakken en dozen. En ik lag daar maar te bibberen en er was niemand die het zag, niemand die medelijden met mij had.

Tenslotte vond iedereen blijkbaar dat het genoeg geweest was, of misschien zaten de auto’s vol.  Hoe dan ook, iedereen ging zitten en de (betrekkelijke) rust keerde weer. Mijn tafel was gelukkig blijven staan en nu durfde ik er weer onder vandaan te komen. Die nacht sliep iedereen in zijn eigen bed, dus misschien viel het allemaal nog mee.

Van wat er de volgende dag gebeurd is, kan ik u slechts van horen zeggen mededeling doen, daar niemand het blijkbaar nodig vond om mij mee te nemen. Al direct na het ontbijt vertrok iedereen en slechts af en toe kwam een van de gezinsleden weer even binnenwippen, zodat het voor mij een tamelijk eenzame, maar ook heerlijk rustige dag was. Pas na zessen kwam iedereen weer thuis – doodmoe leek het wel.

Uit de gesprekken maakte ik op, dat er een soort bizar gebeuren was geweest. Iedereen noemde het een bazaar. Daar schenen ze al die oude spullen, waarover ik u al eerder vertelde, te hebben willen verkopen en dat was nog aardig gelukt ook. En dat terwijl er niet eens kluiven bij waren. Wat ze wel te koop aanboden, waren van die overheerlijke worsten- en saucijzenbroodjes. Daarvan zijn er trouwens nog een heleboel over. Eigen schuld! Hadden ze mij maar moeten meenemen. Dan waren ze door die voorraad ook mooi heen geweest.

Niettemin is men over de hele gang van zaken zeer tevreden. De opbrengst is, naar ik heb vernomen, erg goed geweest. Maar denk je dat ze dat nu willen gebruiken ter bevordering van de relatie tussen het dier en zijn mens? Nee hoor, ze willen het hele bedrag ten goede laten komen aan de Evangelische Gemeente…

Nou ja, ze doen maar. Ze zullen zelf wel weten wat het beste is.

Voor mij is het belangrijkste, dat ze een plezierige dag hebben gehad. Zoals ze zaterdagavond thuiskwamen: moe, maar vrolijk en voldaan – zo zie ik mijn mensen het liefst… Woef!

 

 

-         Amber –

(oef… - red.)

Geschreven voor Tutor 23, gemeenteblad van de Evangelische Gemeente Nieuw-Vennep
Henneke Versteeg